Vorige
|
|
-
- Het is blijkbaar moeilijk om goed
gekwalificeerde leraren het onderwijs in te
krijgen, of om ze daar te houden. Waarom willen
steeds minder mensen doceren?
- Er werd van verschillende kanten
altijd kritiek geuit op het autoritaire
onderwijssysteem, dat tot de jaren 60
bestond. Wie waren die mensen? Verwende
middenklasse jongeren, maar ook semi-intellectuelen
en de artistieke happy few. Mensen die
intelligent genoeg waren om zelf kennis te
vergaren, of mensen uit een milieu waar kennis er
met de paplepel ingegoten werd. En
vanzelfsprekend de auteurs en denkers die zich
wellicht beknot voelden door de stringente
structuur van een hiërarchische
onderwijsmachinerie.
- Hadden ze gelijk? Ja, maar dat is
geen enkel argument om het onderwijs
antiautoritair te maken. Mensen met voldoende
intellectuele bagage, of zij die menen uit
het systeem te moeten breken, zijn geen
aanleiding om radicale veranderingen door te
voeren. Deze mensen verkeren in hun jeugd op
school in de verdrukking, opdat ze daar later
mooie boeken over kunnen schrijven, die de
schoolkinderen van nu dan weer liever niet lezen.
- Het was een kapitale blunder om de
docent en de leerling tot gelijken te verklaren.
Ten eerste omdat er geen sprake is van gelijkheid:
de docent is een volwassene die over meer kennis
beschikt. Ten tweede: ook al zouden mensen
daadwerkelijk gelijk zijn, dan is het uit
strategische overwegingen onverstandig de
leerling op een onverdiend voetstuk te plaatsen.
- Moeten we terug naar de jaren
50? Nee naar de Middeleeuwen, het liefst
nog verder! De meeste kinderen willen niet leren.
Daarom moeten we ze dwingen, dwang kan echter
alleen door een autoriteit uitgeoefend worden.
- De begripvolle docent past slechts
bij getalenteerde, gemotiveerde leerlingen. Maar
dit zijn uitzonderlijke gevallen, daarbuiten moet
een leraar meer op een beul lijken. De massa moet
met angst en beven in de schoolbanken zitten. We
kunnen deze meerderheid waarschijnlijk geen
kennis bijbrengen, we kunnen ze wel leren wat
gehoorzamen precies inhoudt. Laten we afsluiten
met Nietzsche, een grote sensitieve geest: Bij
het domme gelaat past slechts de gebalde vuist!
|